Meierijstad

Tuinkalender december

Snoeien:
-Snoei alleen als het niet vriest.
-Zorg dat de druif voor kerst gesnoeid is. Bij later snoeien is er het gevaar dat de druif gaat bloeden. Houd een paar stevige gesteltakken aan, knip alle zijtakken die hieruit ontspruiten terug tot op twee ogen.
-Als de fruitstruiken kaal zijn kun je ze verjongen.
-Knotwilgen en platanen kunnen gesnoeid worden.
-Berk, notenboom, en esdoorn kun je voor half december snoeien in verband met sapstroom.
-Snoei de leilinde in de periode die loopt van oktober tot maart.

Kuipplanten:
-Kuipplanten voor de eerste nachtvorst naar binnen. Lucht de winterruimte regelmatig en probeer een temperatuur aan te houden van 2 tot 10 graden Celsius.
-Geef kuipplanten een beetje water als de grond dreigt uit te drogen.
-Een oleander kan best wat vorst verdragen en kan dus later naar binnen. Te warme overwintering heeft vaak een verminderde bloei tot gevolg.
-Blijf potten en bakken die onder een afdak staan regelmatig water geven om te voorkomen dat ze uitdrogen.

Gazon:
-Loop niet over een bevroren of besneeuwd gazon, dit kan lelijke plekken veroorzaken. die pas tijdens het komende groeiseizoen verschijnen.
-Afgevallen blad dat op het gras ligt kan ook met een grasmaaier verwijderd worden.
Het composteren gaat dan sneller.
-Strooi  als het niet vriest een laagje kalk over het gazon, dat helpt om verzuring tegen te gaan en de bodemstructuur te verbeteren.

Vijver:
-Zet mandjes met waterlelies zo diep dat ze niet kunnen bevriezen.
-Verwijder vallende bladeren zoveel mogelijk uit de vijver.
-Plaats een of meerdere luchtpompjes in de vijver, zodat je deze net voor de vorst in valt aan kunt zetten.
-Als er sneeuw op de dichtgevroren vijver ligt krijgen vijverplanten geen licht. Maak het ijs deels sneeuwvrij.

De moestuin:
-Zie voor meer info: De tuinkalender voor de moestuin.       

Het vermeerderen van planten(stekken, zaaien, delen)
Je kunt van oktober tot februari winterstekken nemen van bijvoorbeeld bessenstruiken, ligustrum, rode kornoelje, boerenjasmijn, wilgen, populieren, vlier sneeuwbes, forsythia en Choisya. Knip takjes af van 30 cm en steek de takjes voor twee derde in de grond. Zorg voor een beschutte plaats of koude kas. Snijd de stek aan de onderkant schuin af en aan de bovenkant recht.  Bescherm de stekken wel tegen strenge vorst.
-Groenblijvende vaste planten kun je als het niet vriest goed planten en verplanten.

Overig:
-Zorg dat wintergroene planten niet bedekt worden door een laag bladeren.
-Steeds vaker zorgen larven van de mineermot voor een vroegtijdige herfst van de paardenkastanje. De poppen overwinteren in het afgevallen blad. Door de afgevallen bladeren uit je tuin te verwijderen zorg je dan ook dat de kans op aantasting volgend jaar kleiner wordt.
-Knip door meeldauw aangetast blad weg en verwijder het blad uit de tuin.
-Als het niet vriest is het nu een goede periode om bladverliezende bomen of struiken te planten.
-Bind hoge grassen bij elkaar. Door harde wind kunnen de grassen omwaaien.
-Pak aardenwerk potten met planten in met noppenfolie om vorstschade te voorkomen van de pot en de wortel van de plant.
-Geef voordat de vorst invalt vorstgevoelige planten een extra winterdek. Zet om vorstgevoelige planten een koker van gaas en doe daar zo’n 20 cm droog blad of conifeertakken in. Dit vormt een prima isolatielaag.
-De beste tijd om kalk te strooien is de nazomer. Werk de kalk lichtjes in met een schoffel. Uiteraard geen kalk strooien bij zuurminnende planten zoals, hortensia’s, rododendrons, Pieris en heide.
-Zorg dat je voor de eerste nachtvorst de voorjaarsbloeiende bollen in de grond hebt zitten. Denk hierbij aan blauwe druifjes, tulpen, narcissen, krokussen en sneeuwklokjes. Plant de bollen 3 keer zo diep als de hoogte van de bol.
-Spreid nu compost uit over de borders en moestuin.  Als je de composthopen omzet kun je de geschikte compost meteen  gebruiken en de nog niet voldoende verteerde delen kunnen weer terug op de composthoop.
-Haal verdroogd fruit van de bomen om ziektes en schimmels te voorkomen.
-Leeg, om kapot vriezen te voorkomen, alle bakken, gieters, emmers en kuipen  die vol staan met water.
-Controleer of bindmateriaal bij bomen, klimplanten en heesters niet te strak zit.
-Bescherm rotsplanten tegen te veel regen.
-Bij stamrozen zit het oculatiepunt aan het eind van de stam. Pak deze bij strenge vorst in met noppenfolie of stro.